www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Relatie tussen spanning en stroom

Wanneer we de spanning over een spoel variëren, dan geldt voor de stroom door de spoel:

Wanneer we voor v(t) een sinus invullen, dan blijkt ook hier een faseverschuiving van 90 graden. De integraal van een sinus is immers (-)cosinus. Overigens veroorzaakt een spoel een faseverschuiving van +90 graden, in tegenstelling tot een condensator die een verschuiving van -90 graden veroorzaakt.

Tevens zien we dat als we een spoel op een constante spanning U aansluiten, de stroom erdoor lineair toeneemt volgens

i(t) = i(0) + U∙t/L.

Wanneer we deze spanning U plots wegnemen, zal er dus stroom door de spoel blijven lopen, op voorwaarde natuurlijk dat die stroom ergens heen kan. Als de stroom nergens heen kan, zal er een hoge spanningspiek over de spoel verschijnen. Dat verklaart ook de aanwezigheid van de diode die we over een transistor-gestuurd relais zien staan:

Een relais bestaat namelijk uit een elektromagneet en een schakelaar die zich sluit zodra er stroom door de elektromagneet gaat lopen. De magneetstroom wordt vaak gestuurd door een transistor. Zodra de transistor spert, kan de spoelstroom nergens meer heen. Hierdoor kan er een spanningspiek over het relais komen te staan die de transistor vernielt. Door de diode wordt dit voorkomen. Na het uitschakelen zal de spoelstroom door de diode gaan lopen.

U bent bezoeker nummer: