www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Principe

Door oscillator osc wordt transistor T1 steeds open- en dichtgestuurd. Wanneer T1 gaat geleiden, gaat er een stroom door L1 lopen. De stroom door een spoel neemt toe zolang er een (constante) spanning overheen staat. De stroom door L1 neemt dus toe zolang T1 openstaat. Wanneer de stroom door een spoel verandert, verandert ook het magnetisch veld in de kern van die spoel. In dit geval zal het magnetisch veld in de trafo waar L1 deel van uitmaakt dus toenemen. Het omgekeerde is ook het geval: als het magnetisch veld is de kern verandert, ontstaat er een stroom in de winding(en) om die kern. Er zou dus nu een stroom door L3 kunnen ontstaan, maar die wordt door D3 geblokkeerd. Er wordt hierdoor steeds meer energie in de trafo opgeslagen.

Wanneer de oscillator T1 laat sluiten, valt plots de spanning over L1 weg. Nu 'ontlaadt' L1 zich met een flinke stroom via D1 en C1. (R1 zorgt ervoor dat C1 zich weer kan ontladen.) Hierdoor neemt ook het magnetisch veld sterk af. Nu kan er wel stroom door L3 lopen en kan C3 zich via D3 opladen. Via belastingsweerstand RL ontlaadt deze zich weer.

De gemiddeelde uitgangsspanning is afhankelijk van de hoeveelheid energie die zich in de trafo kan ophopen terwijl T1 openstaat. Dus is het afhankelijk van de verhouding tussen de aan- en uittijd van T1. Deze verhouding wordt ook wel de duty-cycle genoemd. Uiteraard is de ontlaadtijd van C3 ook afhankelijk van RL. Om te voorkomen dat de uitgangsspanning nu ook afhankelijk wordt van RL, wordt de uitgangsspanning teruggekoppeld naar de oscillator. Die kan nu ervoor zorgen dat T1 precies lang genoeg aan (en uit) blijft om een bepaalde uitgangsspanning te bereiken.

Volgens dit principe werken de meeste - zo niet alle - schakelende voedingen.

U bent bezoeker nummer: