U bent bezoeker nummer:

Menu

Elektronicacursus

Projecten (Engelstalig)

Links
Cursussen
Schema's
IC-Fabrikanten
Datasheets Zoeken
Microprocessors
PIC
DSP's
Buizen
Luidsprekers

Software
(P)Spice Modellen
Freeware

Reparatie
Service Manuals
TV Testpatronen
Instrumenten

Computer Hardware

FAQ Zoekmachines
Andere Techn. Doc.

Elekronicawinkels

Elektronica-links
Nieuwsgroepen
WEBRING
www.Hobby-Electronics.info/nl
Stroombegrenzing

Stroombegrenzing

Wanneer de uitgangsstroom toeneemt, neemt ook de spanning over R14 toe. Deze spanning wordt versterkt door het circuit rond opamp U1. De versterking wordt bepaald door potmeter P1. Wanneer de uitgangsspanning van U1 hoger wordt dan 0.6V, gaat T2 geleiden. Dit veroorzaakt een stroom door T1, die daardoor ook gaat geleiden. De stroom door R3 laat T5 geleiden en de uitgangsspanning wordt 0V. De uitgangsstroom wordt hierdoor natuurlijk 0A, en UR14 wordt 0V. Echter, T1 voedt ook T2 via R1, dus blijft de uitgangsspanning 0V totdat SW1 wordt gesloten.

WAARSCHUWING: verwijder eerst de belasting en sluit dan pas SW1. De stroombegrenzing werkt niet zolang SW1 gesloten is!

Op het eerste gezicht is het misschien vreemd om te zien dat de spanning over R14 eerst gedeeld wordt door R9 en R10 en vervolgens versterkt wordt door U1. In het ergste geval wordt de OUT-klem korstgesloten met de GND-klem. Dit betekent dat de volledige uitgangsspanning over R14 staat. Deze spanning kan wel 30V zijn. De voedingsspanning van U1 is echter maar 15V. Als de niet-inverterende ingang direkt verbonden zou zijn met de GND-klem, zou opamp U1 defect raken, omdat de ingangsspanning nooit hoger mag zijn dan de voedingsspanning. R9 en R10 zorgen ervoor dat Up nooit hoger wordt dan 15V.

Condensator C1 voorkomt dat de stroombegenzing al bij kortstondige stroompieken in werking treedt.


Heeft u informatie, wijzigingen of toevoegingen (misschien uw eigen site!)?
Stuur gerust een berichtje.