www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Componenten kiezen

Als we deze voeding willen bouwen, kunnen we op een paar problemen stuiten tijdens de aanschaf van de componenten. Of misschien willen we een voeding bouwen met andere eigenschappen.

Voor transformator TR1 gebruik ik een 30V-trafo met een extra 20V-wikkeling. Maar we kunnen natuurlijk ook twee trafo's gebruiken.

De maximum spanning over C6 is 30V∙√2 - 1.4 = 41V. Dus ik heb voor D5 een B80C5000/3300 genomen. (80 = maximum spanning; 5000 = maximum piekstroom [mA]; 3300 = maximum continustroom [mA]). C6 moet 50V aankunnen.

T2 is een vermogenstransistor. Zorg dat het flink gekoeld wordt door een geschikte koelplaat. Tevens heb ik T2 gemonteerd tegen de metalen behuizing van de voeding. De minimum stroomversterking van T2 is 20, dus de stroom door T1 is maximaal 2A/20 = 0.10A. T1 dissipeert dus maximaal 41V∙0.10A=4.1W. Volgens de datasheet is het maximale vermogen zonder koelplaat 2W, dus heeft deze transistor een kleine koelplaat nodig. N.B. Gebuik alleen een TIP30 wanneer de voedingsspanning niet hoger is dan 40V. Een TIP30A kan 60V aan.

Voor T3 en T4 kan elke NPN-transistor genomen worden.

R11 verstookt maximaal 22∙0.5 = 2W. We nemen er eentje van 5W.

Voor opamp U2 gebruik ik een CA3140. Gebruik geen goedkope 741 ofzo; deze zijn hiervoor niet geschikt. De reden hiervoor is dat de ingangsweerstand relatief laag is en de offset redelijk hoog. Hierdoor is de uitgangsspanning niet netjes 0V wanneer dat theoretisch gezien wel zou moeten. Hierdoor kan T4 zelfs opengestuurd worden terwijl dit niet moet!

Waneer we een uitgangsspanning willen hebben van meer dan 30V, moeten we meer aanpassen dan enkel de transformator. Ook C1, C6 en T1 moeten tegen de hogere spanning kunnen. We hebben al gezien dat R5, R7, R8 en R9 de maximale uitgangsspanning bepalen; die weerstanden moeten dus ook een andere waarde krijgen. Ook de spanningsdeler R12/R13 dient wellicht aangepast te worden. Als we bijvoorbeeld een voeding van 40V willen bouwen, kiezen we C1 = 100uF/50V en C6 = 10000uF/63V. T1 MOET een TIP30A worden. Als we verder niets doen, kan de spanning op de niet-inverterende ingang van U2 40V/2.8 = 14.2V worden. Hoewel dit minder is dan 15V, kunnen we R13 toch beter vervangen door een weerstand van 2k2.

Als we juist minder dan 30V nodig hebben, hoeven we alleen trafo TR1 en de weerstanden R5, R7, R8 en R9 aan te passen.

U bent bezoeker nummer: