www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

JFET-versterker

Het schema hierboven toont een eenvoudige JFET-versterker. Laten we eens wat gelijkstroominstellingen berekenen (geen ingangssignaal). T1 is een BF245A. De datasheet vertelt ons dat yfs = 3mA/V als -1<UGS<0. We stellen UGS daarom in op -0.5V. Bij deze spanning is ID = 2.5mA. We willen UOUT op 6V instellen, dus RD = 6V/2.5mA = 2.4k.

Omdat UG = 0V en UGS = -0.5V, moet US 0.5V zijn. Dus RS = 0.5V/2.5mA = 200Ω.

Vervolgens verbinden we de IN-pen met een 0.1Vt sinussignaal. Wat zal nu de amplitude zijn van het uitgangssignaal? Een UGS-verandering van 0.1V veroorzaakt een varandering in ID van 0.1V∙3mA/V = 0.3mA en daarmee een verandering van 0.3mA∙2.4k = 0.8V in het uitgangssignaal. De spanningsversterking is dus 8 (of eigenlijk -8; het is een inverterende versterker).

Condensator CS zorgt ervoor dat US constant blijft, zodat uGS = uIN (kleine letters, dus voor wisselspanningen).

RI is gewoonlijk 1M ofzo. Het garandeert dat UIN = 0V (DC), terwijl de ingangsweerstand hoog blijft.

Net als de stroomversterking (hFE) van een bipolaire transistor,kan ook de steilheid van een JFET een grote spreiding hebben. In het geval van de BF245A, kan de yFS liggen tussen 3 en 6.5mS. Veel erger is dat de afknijpspanning van een BF245A kan liggen tussen -0.25 en -8V. Dit betekent dat bij UGS=-0.5V, ID veel groter of kleiner kan zijn dan de 2.5mA die hierboven staat vermeld; dat was slechts een typische waarde. Weerstand RS wordt daarom vaak vervangen door een stroombron.

U bent bezoeker nummer: