www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Instabiliteit voorkomen

Laten we als voorbeeld aannemen dat τ123= τ. Instabiliteit kan dan optreden bij ω=√3/τ. De noemer van A(ω) is bij die frequentie -8. Dus A(ω)=-A(0)/8. De rondgaande versterking is dus -βA(0)/8. Om de versterker stabiel te houden moet dit kleiner dan 1 zijn. βA(0) moet dus groter dan -8 zijn. Als we voor het gemak aannemen dat de A(0) van de opamp 80000 is, dan moet β dus groter dan -1/10000 zijn. R1/(R1+R2) moet dus kleiner zijn dan 1/10000. Dat betekent dat onze schakeling het ingangssignaal minimaal 10000 maal moet versterken. Dat zal in de meeste gevallen veel te hoog zijn. Tegenkoppeling is duidelijk niet de manier om bij een dergelijke versterker instabiliteit te voorkomen.

Denk overigens niet dat instabiliteit te voorkomen is door de frequentie ω=√3/τ gewoon niet aan te bieden aan de versterker. Er zal namelijk altijd ruis aanwezig zijn en ruis bevat alle frequenties, dus ook √3/τ.

Met een condensator maken we τ1 100 keer zo groot, dus τ1=100τ en τ23= τ. Dan geldt:

De noemer van A(ω) wordt dan:

Dat is al een stuk beter dan -8. β moet nu groter zijn dan -204/80000 = -1/392. De schakeling is dus stabiel als we zorgen dat de versterker het ingangssignaal minimaal 392 maal versterkt. We noemen dit: voorwaardelijk stabiel.

Het zal duidelijk zijn dat we een schakeling niet stabieler moeten proberen te krijgen door lukraak condensators te plaatsen. Stel dat we τ2 en τ3 hierdoor ook met een factor 100 zouden vergroten. Dan geldt dus weer τ123. Hierdoor wordt de schakeling weer instabiel!

U bent bezoeker nummer: