www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

HF-probe

De meest simpele HF-probe bestaat uit een weerstand en een variabele condensator:

RIN en CIN vormen de ingangsimpedantie van de scoop. RP en CP vormen de probe.

Voor gelijkspanningen geldt: URIN/URP = RIN/RP. Voor hoge frequenties geldt: URIN/URP = XCIN/XCP = CP/CIN. Om de deler frequentie-onafhankelijk te maken, moet dus gelden: RIN/RP = CP/CIN. Dus: CP = CIN∙RIN/RP.

In ons geval moet CP dus afgeregeld worden op 30p·1M/9M = 3.33pF.

Wie een scoop met HF-probe bezit, weet dat op de probe een 'schroefje' zit dat afgeregeld moet worden. Dat schroefje is dus condensator CP. We kunnen CP heel goed afregelen door de probe aan te sluiten op een blokspanning. Een blokspanning is namelijk opgebouwd uit allemaal sinusvormige spanningen. Een blokspanning van 1kHz bevat naast 1kHz ook spanningen met een frequentie van 3kHz, 5kHz, 7kHz, enzovoort. Wanneer CP juist is afgeregeld, verschijnt er ook een blokspanning op het beeldscherm van de scoop (links). Alle frequenties waaruit de blokspanning is opgebouwd worden dan immers evenveel verzwakt. Wanneer CP een te lage waarde heeft, worden de hogere freqenties teveel verzwakt (midden); een te grote waarde zorgt voor een te lage verzwakkking van de hoogfrequente spanningen (rechts).

De ingangsimpedantie van de probe is 10M//3pF. Immers: RP en RIN staan in serie, dus de ingangsweerstand is 1M+9M=10M. CP en CIN staan ook in serie, dus geldt: 1/C = 1/CP+1/CIN = 1/3.33p+1/30p, dus de ingangscapaciteit is 3pF.

U bent bezoeker nummer: