www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Een AC-spanningsgelijkrichter

Aangezien diodes de stroom in slechts één richting geleiden, kunnen ze gebruikt worden als een gelijkrichter voor AC-spanningen. Kijk eens naar het onderstaande schema.

Een driehoekvormige wisselspanning wordt verbonden met een gelijkrichter. De uitgangsspanning wordt gemeten over weerstand R1. Als de bovenste aansluitpin positief is, zal er een stroom vloeien door de diode en de weerstand. Deze stroom veroorzaakt een spanning over R1. Stel dat de piekspanning van de bron (plus en min) 9V is, en de spanningsval over de diode 0.7V is. De piekstroom zal dan (9V - 0.7V) / 1k = 8.3mA zijn. De vermogensdissipatie van de diode bedraagt tijdens de piek 0.7V∙8.3mA = 5.8mW.

Wanneer de spanning op de bovenste aansluitpin negatief wordt, is de diode in sperrichting geschakeld en loopt er (bijna) geen stroom. Omdat een sperrende diode een zeer grote weerstand heeft, zal alle spanning over de diode vallen. Deze spanning mag de maximum sperspanning van de diode niet overschrijden.

Wanneer we dit experiment willen uitvoeren, hebben we dus een diode nodig met als belangrijkste karakteristieken: een maximum voorwaartse stroom van 8.3mA or hoger; de maximum vermogensdissipatie moet 5.8mW of hoger zijn; en de maximum sperspanning dient 9V of meer te zijn. Elke kleinsignaaldiode voldoet hieraan. De weerstand kan een gewone 0.25W-weerstand zijn aangezien de maximale vermogensdissipatie (8.3mA)2∙1k = 69mW is.

Het schema hierboven wordt een 'enkelzijdige gelijkrichter' genoemd, omdat de uitgangsspanning enkel bestaat uit de positieve helft van de ingangsspanning. Onderstaand schema toont een 'dubbelzijdige gelijkrichter'.

Het werkt als volgt. Als het inganssignaal positief is, loopt de stroom van de bovenste aansluitpin, via diode D1, weerstand R1, en diode D3 naar de onderste pin. Als het inganssignaal negatief is, loopt de stroom van de onderste aansluiting, via diode D2, weerstand R1, en diode D4 naar de bovenste pin. Merk op dat de stroom altijd door twee diodes vloeit: òf door D1 en D3, òf door D2 en D4. Dit betekt dat de uitgangsspanning altijd ongeveer 1.4 volt (twee 'spanningsvallen') lager is dan de ingangsspanning.

D1...D4 worden samen een bruggelijkrichter genoemd. Wanneer u naar een bruggelijkrichter kijkt, zult u er iets als 'B80C5000/3300' op zien staan. Het getal na de 'B' geeft de maximum (sper-) spanning aan, in dit geval 80V. Het getal na de 'C' geeft aan wat de maximale piek-/continuestroom is in mA. In dit geval is de maximum piekstroom 5A en de maximum continuestroom 3.3A. Kleine bruggelijkrichters geven alleen de maximum spanning en stroom aan, bijv. 'B40C800'.

U bent bezoeker nummer: