www.Hobby-Electronics.info

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Bijlage F. Printplaten maken

Er zijn vele manieren om printplaten te maken. Meestal wordt er op een of andere manier ervoor gezorgd dat het ontwerp etsbestendig op een printplaat wordt aangebracht waarna het wordt geëtst. Als alternatief kan ook het overbodige koper computergestuurd worden weggefreesd. Deze laatste methode is voor ons hobbyisten niet ineressant en zullen we daarom buiten beschouwing laten. We gaan dus eerst kijken hoe we het ontwerp op de pint kunnen krijgen en daarna zullen we gaan etsen.

Van ontwerp naar print.

Afwrijfsymbolen.

Er zijn afwrijfsymbolen verkrijgbaar die bestand zijn tegen het etsmiddel. Deze kunnen we op de blanco printplaat wrijven waarna we deze kunnen etsen. Deze methode is uiteraard alleen geschikt voor hele eenvoudige ontwerpen. Het is namelijk erg foutgevoelig, omdat er geen computer is die controleert of er geen verbindingen vergeten worden en of er verkeerde verbindingen gelegd worden.

Fotografische methode.

Een andere methode is de fotografische methode. In de handel zijn speciale printplaten verkrijgbaar met een laag op het koper die gevoelig is voor ultraviolet (UV) licht. Het ontwerp wordt op de computer getekend waarna het op doorzichtig materiaal wordt uitgeprint. Vervolgens pellen we de beschermlaag van de printplaat af, waarna we het uitgeprinte ontwerp erop leggen. Hierna laten we er een tijdje een UV-lamp op schijnen. Hiervoor zijn speciale UV-lampen te koop, maar met een hoogtezon of gezichtbruiner gaat het ook. Uiteraard moeten we zorgen dat de boel tijdens het belichten niet verschuift! Na het belichten ontwikkelen we de print in een bad met natronloog. De natronloog is te koop bij de elektronicawinkel, maar gootsteenontstopper werkt ook prima (bijvoorbeeld de korrels van Kruidvat). Door het ontwikkelen lost de speciale laag op op alle plaatsen die belicht zijn. Op de onbelichte plaatsen blijft de laag zitten. Na het ontwikkelen kan er geëtst gaan worden. De UV-gevoelige laag is uiteraard etsmiddelbestendig. Het resultaat is dus dat het koper blijft zitten op de plaatsen die in het ontwerp zijn aangegeven.

Deze methode heeft helaas nogal wat nadelen. Allereerst moet de belichtingstijd proefondervindelijk worden vastgesteld. Dit verschilt per merk printplaat, dus bij elke aanschaf van een paar printplaten moet er weer opnieuw getest worden. De printplaat is ook nog eens beperkt houdbaar. Als we een poosje geen print gemaakt hebben, moet de belichtingstijd eigenlijk weer opnieuw bepaald worden, omdat die door veroudering van de print veranderd kan zijn. Een ander nadeel is dat het ontwikkelbad vrij nauwkeurig aangemaakt moet worden. Een te zwakke oplossing werkt niet en een te sterke oplossing kan ervoor zorgen dat het ontwikkelen veel te snel gaat, waardoor de laag ook op de niet-belichte plaatsen wordt opgelost. Ook bij een juiste concentratie gaat het ontwikkelen veel sneller dan het etsen. Dat is ook meteen het volgende nadeel. Bij te kort ontwikkelen wordt niet alle lak op de belichte plaatsen opgelost en bij te lang ontwikkelen wordt ook de lak op de niet-belichte plekken verwijderd. Het grootste nadeel is nog wel dat alle fouten die we hebben kunnen maken vaak pas na het etsen aan het licht komen. En dan is het nog lastig te bepalen wat de fout was: hebben we te lang belicht, was het ontwikkelbad te sterk of hebben we te lang ontwikkeld? Of is het wellicht een combinatie van factoren?

Toner transfer

Een veel betrouwbaardere methode is de 'toner transfer'-methode. Hierbij maken we dankbaar gebruik van het feit dat de toner (zeg maar de inkt) van een laserprinter etsmiddelbestendig is. Deze methode werkt dus alleen met een laserprinter en niet met een inkjet!

Allereerst wordt de print weer op de computer ontworpen. Helaas kunnen we dit ontwerp niet rechtstreeks op een printplaat printen. We drukken het daarom eerst op papier af. Gewoon kopieerpapier werkt niet goed; fotopapier voor inkjetprinters werkt het best. Volgens de meeste handleidingen van laserprinters mag men geen inkjetpapier in de printer stoppen. Deze methode is dus voor eigen risico! Sommigen zweren bij glanzend fotopapier. Zelf gebruik in liever mat fotopapier; we zullen zo zien waarom. Anderen gebruiken het gladde papier uit een modecatalogus. Let ook op de maximum dikte van het papier dat volgens de printerhandleiding in de printer gestopt mag worden. Veel mensen bereiken goede resultaten met 170 grams fotopapier van de HEMA. Zelf gebruik ik fotopapier van Dixons dat ik jaren geleden heb gekocht. Dat is ook een voordeel ten opzichte van de fotografische methode: je gebruikt hier alleen middelen die praktisch nooit bederven.

Na het printen van het ontwerp zagen we een stuk gewoon blanco printplaat op maat en maken we dat goed schoon met staalwol en aceton. Zorg dat er geen vette vingers op komen, want dan hecht straks de toner niet. Gebruik eventueel wegwerphandschoenen. Leg de print, met de koperkant boven, op een hittebestendige ondergrond. Zelf gebruik ik als ondergrond een opengeslagen telefoonboek. (Opengeslagen, omdat het kaft mogelijk plastic bevat dat kan gaan smelten.) Knip nu het fotopapier op maat en leg het met de tonerkant naar onderen op de schone printplaat. De toner komt nu dus tegen het koper van de printplaat aan.

Zet een strijkbout op de hoogste stand en druk deze op het fotopapier en de printplaat. Hierdoor zal de toner gaan smelten en zich aan de printplaat gaan hechten. Glanzend fotopapier bevat een waslaagje. Dat zal door de strijkbout ook gaan smelten en op de strijkbout komen. Dat gaat natuurlijk enorm stinken en de strijkbout wordt er erg smerig van. Om dit te voorkomen kunnen we een vel gewoon kopieerpapier bij wijze van schutvel over het fotopapier en de printplaat leggen. Maar hierdoor kan het fotopapier ongemerkt gaan verschuiven. Daarom gebruik ik liever mat fotopapier; dat heeft geen waslaagje en heeft dus ook geen schutvel nodig.

Na een paar seconden zit er al voldoende toner aan de print vast dat we niet meer bang hoeven te zijn voor verschuiven. We kunnen nu dan ook gaan strijken. Een halve tot een hele minuut is voldoende. Oefen hierbij flink wat druk uit; we kunnen zelfs met de punt van de strijkbout over het papier gaan. Opgelet: zelfs na een paar seconden is de print al gloeiend heet! Dus nooit met de blote handen aanraken!

Na het strijken zit de toner zowel aan de print als aan het fotopapier vast. We gooien daarom de print met papier en al in een bak water. Gebruik hiervoor een tang, de print is immers gloeiend heet! Laat het gerust een half uur weken. Hierna kunnen we er proberen er een paar laagjes vanaf te halen (fotopapier bestaat uit meerdere lagen). Daarna laten we rest weer even weken tot we er weer wat papier vanaf kunnen pellen. Zo gaan we door tot al het papier is verwijderd. De laatste laag wrijven we er met onze vingers vanaf. Eventueel kunnen we ook een oude tandenborstel of de groene kant van een schuursponsje gebruiken. Het grote voordeel van deze methode is dat we meteen kunnen zien of de 'toner transfer' gelukt is, zonder eerst te hoeven etsen. En als het mislukt is, dan verwijderen we de toner die wel op de print zit met een beetje aceton en beginnen we gewoon weer opnieuw.

Deze methode is ook bruikbaar om de componentenopstelling op de andere kan van de print te 'drukken'. Dat staat wat professioneler en geeft bij het opbouwen minder kans op fouten. Doe dit echter pas na het etsen. Anders kan door de hitte de toner op het koper weer loslaten.

U bent bezoeker nummer: